Waarom de QV10-waarde vaak niet wordt gehaald | KDTEC
QV10-waarde

Waarom de QV10-waarde vaak niet wordt gehaald

De QV10-waarde is een van de belangrijkste indicatoren voor de luchtdichtheid van een gebouw. Het toont namelijk aan dat er volgens de BENG-eisen is gebouwd. Toch maken aannemers in de praktijk vaak dezelfde fout. Ze staren zich blind op de waarde en vergeten de factoren van de woning.

Dat blindstaren op het eindgetal van de QV10-waarde is een van de grootste valkuilen voor aannemers. De waarde heeft namelijk niet voor elke woning hetzelfde gewicht. Een QV10-prestatie wordt altijd beïnvloed door kenmerken van het gebouw, zoals:

  • De detaillering
  • Het type kapconstructie
  • Het aantal m2 vloeroppervlak

Zodra je te veel stuurt op één getal, raakt de bouwkundige context uit beeld. De overtuiging dat de QV10-waarde simpelweg laag moet zijn, is daarom wat te kort door de bocht. Een woning met veel vloeroppervlak, complexe aansluitingen of veel doorvoeringen vraagt om een heel andere aanpak dan een grote woning met veel vloeroppervlak, zelfs als de beoogde QV10-waarde hetzelfde is.

Wat is de QV10-waarde en de relatie met het vloeroppervlak?

Tijdens een blowerdoortest, ook wel luchtdichtheidsmeting genoemd, wordt gemeten hoeveel lucht er via kieren en naden ontsnapt bij een drukverschil van tien pascal. Het resultaat daarvan noemen we de QV10-waarde, uitgedrukt in dm³ per seconde per m² vloeroppervlak.

De QV10-waarde laat precies zien hoe luchtdicht een gebouw is. Hoe lager het getal, hoe beter de luchtdichting. Omdat luchtdicht bouwen direct invloed heeft op energiezuinigheid, comfort en het voorkomen van vochtproblemen, speelt deze waarde een belangrijke rol binnen de moderne bouw.

Maar nog belangrijker… de QV10-waarde is een bepalende factor in de BENG-berekening. Vanuit die berekening wordt uiteindelijk het energielabel vastgesteld. Daarom is het niet alleen een getal om ‘even te halen’, maar een waarde die sterk samenhangt met de bouwkundige keuzes in de woning. De QV10 zegt namelijk pas echt iets als je de woning zelf en alle details in de uitvoering meeneemt in de beoordeling.

Waarom aannemers vaak de eis niet halen

Een goede QV10-waarde bestaat niet als één vast getal. De waarde krijgt pas betekenis zodra je kijkt naar het gebouw waarvoor hij geldt. Toch horen we in de praktijk vaak dezelfde uitspraak: “Ik heb maar een QV10-eis van 0,4, dus dat is niet zo streng.” Dat klinkt logisch, maar klopt alleen als je begrijpt hoe de waarde wordt berekend en welke omstandigheden meespelen.

De QV10 ontstaat door de gemeten luchtlekkage te delen door het totale vloeroppervlak. Daardoor heeft dezelfde eis in elke woning een ander gewicht:

  • Kleine woningen hebben minder vloeroppervlak om luchtverlies over te verdelen, waardoor kleine afwijkingen snel doorwerken in de QV10-waarde
  • Grotere woningen zijn minder gevoelig voor kleine afwijkingen, omdat het verlies over meer oppervlakte wordt verdeeld

Juist dat punt wordt vaak vergeten. De QV10 lijkt mild, maar kan in werkelijkheid veel strenger uitpakken dan gedacht. Dat is de valkuil waarin aannemers regelmatig stappen: te veel focussen op het getal en te weinig op de factoren van de woning die bepalen hoe haalbaar de waarde werkelijk is.

Hoe haal je de QV10-waarde wel op een betrouwbare manier?

De sleutel ligt dus niet in het najagen van een getal, maar in het begrijpen van de woning en het proces dat daarbij hoort.

Een tussentijdse beoordeling of quick scan maakt zichtbaar waar risico’s zitten, zodat details op het juiste moment worden aangepakt en niet pas tijdens de eindmeting aan het licht komen. Met de juiste materialen voor kritische aansluitingen en een zorgvuldig uitgevoerde blowerdoortest ontstaat een realistisch en betrouwbaar resultaat. Door vanaf het begin naar de woning te kijken in plaats van naar het eindcijfer, wordt de QV10-waarde geen valkuil maar een logisch gevolg van een goed bouwproces.

Ga direct naar
Direct contact